Hebreeuwse Literatuur
Vroege Literatuur
De grootste monumenten uit de vroege periode van hebreeuwse literatuur zijn het Oude Testament en de apocriefen. Delen van de Pseudepigrapha en de Dode Zee-rollen werden ook geproduceerd voor de verovering van Judaea door Titus. De joodse literatuur ontwikkelde zich over het algemeen in het hebreeuws, maar er waren ook schriften in het grieks, aramees en arabisch. In de tweede eeuw na Christus begon de Talmoed periode, wat zeker tot ver in de zesde eeuw duurde. In deze eeuwen waren anonieme encyclopedische werken van religieus en burgerlijk recht, de Talmoes, werd samengesteld, bewerkt en vertaald. De Midrasha collectie van Halakah (ook gevonden in de Talmoed) en haggadisch materiaal vormen ook een deel van de hebreeuwse literatuur van die periode. In de 4e eeuw werden de was de bijbelse vertaling van de 5 boeken van Mozes (Pentateuch) en van de profeet afgerond. In de 6e en 7e eeuw werd de Masora in Palestina ontwikkeld. In Babylonië werden ondertussen door Gaonim waardevolle toevoegingen gedaan aan de hebreeuwse literatuur.Middeleeuwse Literatuur
Tot de 11e eeuw werden er verklaringen over de Talmoed en haggadisch material geschreven, toen de Babylonische academies werden onderdrukt en het centrum van Joodse literaire activiteiten verschoven werden naar Spanje. Frankrijk en Duitsland werden de werden de voornaamste centrums van Talmoed-uitleg. In Spanje, en tot op bepaalde hoogte in Italië, bloeide hebreeuwse literatuur eeuwen lang. Het beste werk werd volbracht in de de wereld van poëzie (onder invloed van Arabische en Indiase literatuur) en filosofie, filologie, exegese en codificatie had ook veel succes. In de 14e eeuw verscheen de aramese mystische verhandeling, de Zohar: het was het meesterwerk van de succesvolle literatuur over de joodse mystiek. Onder de beroemde geleerde en schrijvers van de hebreeuwse literatuur in de middeleeuwen waren Aha van Shabcha, Saadia ben Joseph al-Fayumi, Dunash ben Tamim, Dunash ben Labrat, Gershom ben Judah, Al-Fasi, Solomon ben Judah Ibn Gabirol, Rashi, Judah ha-Levi, Abraham ben Meir Ibn Ezra, Maimonides, Immanuel ben Solomon, Isaac Abravanel, and Joseph ben Ephraim Caro. In de vervolgingen na de kruistochten, toen de joden van land naar land gedreven werden, hielden zij vast aan hun literatuur (wat erg ging lijke op mystiek en ascetisme) en vooral met het oog op de hebreeuwse bijbel.De Kabbalah
Kabbalah maakt een groot deel uit van de hebreeuwse literatuur dat na zijn ontstaan tegelijk groeide met de traditionele schriften van de rabbijnse literatuur, voor een periode van meer dan 1000 jaar. De afkomst van het origineel is onduidelijk, de schrijvers zijn betwijfelbaar of anomiem, en de manier waarop dingen zijn uitgedrukt zijn ongebruikelijk. Kabbalah betekend "ontvangen" en is een deskundig systeem van verklaring van de heilige schriften die zijn gebaseerd op traditie en schijnt mondeling overgebracht te zijn door Abraham.Het begin van de moderne hebreeuwse literatuur
Op de drempel van de overgang van het oude afgezonderde leven tot een uitgebreider leven was er een dichter met de naam Moses Hayyim Luzzatto (hetzelfde als de Gaon Vilna, Elijah ben Solomon) maar de moderne periode uit de hebreeuwse literatuur begon pas echt met Moses Mendelssohn. Terwijl Nachman Krochmal en Shloime Ansky (Solomon Seinwel Rapoport) aan de bijbelse kritiek en historische geleerdheid bijdroegen, wijdde schrijvers zoals Peretz (Peter) Smolenskin zich aan Haskalah, om door literatuur van de verlichting de joden uit centraal Europa de middeleeuwse houdingen te laten afschudden. Belangrijke figuren uit deze periode zijn de geleerde Joseph Halévy, de dichter Jehuda (Leon) Gordon en de romanschrijver Solomon Yakob Abramovich, wiens bijnaam Mendel mocher sforim was.Zionisme en Literatuur in Israel
De opkomst van Zionism, gaf in het bijzonder de schriften van Ahad Ha-am (Asher Ginzber) weer, gaven hebreeuwse literatuur een frisse impuls, en Palestina werd weer een groot centrum van hebreeuwse publicaties. Hebreeuws werd uitgeroepen tot de nationale taal van de joden, zelfs voor de oprichting (1948) van de staat Israel. De twee grote dichters van de moderne hebreeuwse literatuur zijn hayyim Nahman Bialik en Saul Tchernihovsky, die sterk beinvloed was door de oude griekse literatuur. De gedichten van Abraham Shlonsky, Lea Goldberg en Nathan Alterman gaan over sociale en politieke thema´s.Onder de vele schrijver van proza waren Joseph H. Brenner, die de joodse manier van leven in oost Europa beschreef en het pioneer leven in Palestina, en Salman Shneur, die over de simpele en ongeschoolde joden schreef. De Nobelprijs winnaar S.Y. Agnon schilderde de west europese levenswijze en het pionier leven in Palestina af; zijn werk zijn klassiekers geworden in de moderne hebreeuwse literatuur. Hebreeuwse schrijvers die uit Israel komen halen hun inspiratie uit klassieke hebreeuwse geschiedenis of uit het nieuwe leven van Isreal. De meest opvallende schrijver van deze groep is Moshe Shamir, die in zijn twee romannen (waarvan één een Hasmoneaanse koning afschilderd en de ander gaat over de Arabisch-Israelische oorlog van 1948) gaven nieuwe dementies aan de hebreeuwse ficties.
Aron David Gordon (1856-1922) was een van de grootste sociale en politieke opstel schrijver uit de hebreeuwse literatuur; onder de belangrijke critica hebreeuwse taal literatuur zijn David Frishman (1861-1922) en Yosef Klausner (1874-1958).
In de afgelopen jaren zijn de israelische romanschrijvers Amos Oz, Abraham B. Yehoshua, and Aharon Appelfeld en de dichter Yehuda Amichai vertaald en zijn in het buitenland heel goed ontvangen. Buiten Israel is de joodse literatuur in de taal van het land of in het Jiddisch, wiens literatuur snel ontwikkelde in de tweede helft van de 19e eeuw.





